Het begeleiden van cliƫnten met NAH

ROC TOP contractonderwijs Zorg en welzijn

Omschrijving

Algemene uitgangspunten het begeleiden van cliënten met NAH.

Het professioneel handelen staat centraal. Dit krijgt gestalte vanuit de vaardigheden plannen en uitvoeren van basiszorg, begeleiden van individuen en groepen, samenwerken, preventie, gezondheidsvoorlichting en opvoeding, kwaliteitszorg welke nu reeds in de praktijk wordt gebracht.

De problematiek van de cliënten wordt in een breed holistisch kader beschouwd: de mens wordt gezien als een somatisch-psychisch-sociaal-zingevende eenheid, hoezeer dit ideaalbeeld ook verstoord kan zijn.

Bij de cliënten met NAH wordt ook aandacht geschonken aan de gevolgen: de beperkingen en handicaps, maar ook de mogelijkheden die overblijven of zelfs opnieuw ontwikkeld worden. Ook de institutionele en maatschappelijke context vormt een dynamisch veld dat veel aandacht krijgt: de transmuralisering van de instellingen, de juridische en ethische spanningsvelden, de wisselende acceptatie en afwijzing van de samenleving, de niet-aflatende strijd voor rehabilitatie en emancipatie, in maatschappelijk, sociaal- economisch en politiek opzicht.

Leergang Omgang met niet aangeboren hersenletsel.

Programma onderdelen

  • Werking hersenen en taken hersenhelften
  • Gevolg hersenletsel en herstel hersenletsel
  • Stoornis, beperking en handicaps bij hersenletsel
    • Specifieke beelden nader bekeken: CVA, Parkinson en syndroom van Korsakow.
  • Omgang met specifiek gedrag voortkomend uit hersenletsel
    • Stoornissen in de lichaamsfunctie
    • Stoornissen in het waarnemen
    • Stoornissen in het begripsvermogen
    • Stoornissen in het denkvermogen
    • Stoornissen in de persoonlijkheid en gedrag
  • Begeleidingswijzen zoals structureren en gedragsmodificatie en seriele structurering.
  • Begeleiding van verwerking en aanvaarding handicaps.
  • Klinisch redeneren en research doen naar beperkingen en mogelijkheden door onderzoek en het kiezen van relevante bronnen.
  • Intervisie momenten met als doelstelling: Het team komt tot een afgesproken beleidslijn. Er ontstaat een mindset met betrekking tot kwaliteit van benadering en begeleiding.
  • Afsluiting en toets moment: iedere cursist doet een pitch over ” probleemgedrag“ . Het probleemgedrag kunnen analyseren en aanbevelingen aan het team doen. Dit op basis van theorie en klinisch redeneren.
  • Na afloop van de cursus geven de cursisten een klinische les in de praktijk. Dit is een verplicht onderdeel voor het verkrijgen van het certificaat.

 

Competentiegericht opleiden.

De vraag wat je als verzorgende werkelijk moet kunnen, staat centraal bij de vormgeving van het programma. Dat betekent dat het overbodige wordt geschrapt en het ontbrekende wordt toegevoegd. We laten ons hierbij inspireren door de kwaliteitseisen van de zorginstelling. Maar ook van de cursist wordt inbreng verwacht en gehonoreerd.

De regie en uitvoering van het programma is in handen van de docent, maar we schuwen de inbreng van de cursisten niet.

Een duidelijke plaats is in het programma ingeruimd voor interactietraining, gesprekstechnieken en benaderingswijzen. Bij juridische vragen staat afwisselend de cliënt en de hulpverlener centraal.

Vaak zal een keus gemaakt moeten worden uit de vele thema’s die in de gezondheidszorg aan de orde zijn, zoals vragen rond bestwil en drang, regels, zingeving en familieparticipatie. Maar ook hoe je als team een beleidslijn kiest naar de cliënt toe en hoe deze aanpak te borgen. Samen met de cursisten wordt gezocht naar de leervragen met betrekking tot positie, rol, taak, beleving en handelingsbekwaamheid van de verzorgende en het team.

Tenslotte vormt de praktijk de meest krachtige leeromgeving. Voor de cursist is het dus de kunst om, met behulp van collega’s, steeds opnieuw zich af te vragen: “Wat zou ik hiervan kunnen leren?

Alleen vanuit deze vraagstelling kunnen we samen het leerproces gestalte geven.

 

 

Locatie & Datum

  • open

Doelstelling

Na het doorlopen van de leergang is de cursist in staat

  • Het gedrag en begeleidingsproblematiek te kunnen observeren en interpreteren
  • Gedrag analyseren en een hypothese kunnen opstellen
  • Analyseren welke stoornissen mogelijk een rol spelen bij een gedragsprobleem en de consequenties kunnen overzien
  • Klinisch redeneren en relevante bronnen hierin gebruiken
  • Technieken kunnen hanteren om het gedrag positief te beïnvloeden.
  • Basisregels hanteren in de omgang met ouderen met NAH problematiek.
  • Juist handelen met kennis van de betreffende wetsartikelen.
  • In staat om collega’s te adviseren.

 

Praktische informatie

Deze training wordt als incomany training aangeboden aan diverse zorg organisaties